Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. onbehaaglijkheid:
  2. onbehaaglijk:


Dutch

Detailed Translations for onbehaaglijkheid from Dutch to German

onbehaaglijkheid:

onbehaaglijkheid [de ~ (v)] noun

  1. de onbehaaglijkheid (onbehagen; onvrede; onaangenaamheid; ontevredenheid; misnoegen)
    Unbehagen; Mißbehagen

Translation Matrix for onbehaaglijkheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
Mißbehagen misnoegen; onaangenaamheid; onbehaaglijkheid; onbehagen; ontevredenheid; onvrede
Unbehagen misnoegen; onaangenaamheid; onbehaaglijkheid; onbehagen; ontevredenheid; onvrede malaise; misnoegen; onbehagen; onmin; onvrede; slapheid; slapte

Related Words for "onbehaaglijkheid":


onbehaaglijk: