Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. hard schieten:


Dutch

Detailed Translations for hard schieten from Dutch to German

hard schieten:

hard schieten verb (schiet hard, schoot hard, schoten hard, hard geschoten)

  1. hard schieten
    kanonieren; schnell schießen

Conjugations for hard schieten:

o.t.t.
  1. schiet hard
  2. schiet hard
  3. schiet hard
  4. schieten hard
  5. schieten hard
  6. schieten hard
o.v.t.
  1. schoot hard
  2. schoot hard
  3. schoot hard
  4. schoten hard
  5. schoten hard
  6. schoten hard
v.t.t.
  1. heb hard geschoten
  2. hebt hard geschoten
  3. heeft hard geschoten
  4. hebben hard geschoten
  5. hebben hard geschoten
  6. hebben hard geschoten
v.v.t.
  1. had hard geschoten
  2. had hard geschoten
  3. had hard geschoten
  4. hadden hard geschoten
  5. hadden hard geschoten
  6. hadden hard geschoten
o.t.t.t.
  1. zal hard schieten
  2. zult hard schieten
  3. zal hard schieten
  4. zullen hard schieten
  5. zullen hard schieten
  6. zullen hard schieten
o.v.t.t.
  1. zou hard schieten
  2. zou hard schieten
  3. zou hard schieten
  4. zouden hard schieten
  5. zouden hard schieten
  6. zouden hard schieten
en verder
  1. is hard geschoten
  2. zijn hard geschoten
diversen
  1. schiet hard!
  2. schiet hard!
  3. hard geschoten
  4. hard schietend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for hard schieten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
kanonieren hard schieten bestoken; bombarderen; kanonneren; met kanon beschieten; vanuit de lucht beschieten
schnell schießen hard schieten

External Machine Translations:

Related Translations for hard schieten