Most Recent Dutch Words:

leerzaam cadeau present present! zintuig snot maken afstellen verstillen te marge plausibel record slinger slingeren aflopen afloop hartstilstand onder voortgang verlopen verloop rugzak DES schatten geschat taalgebruik vers ontstaan uitsmijter spits spit spitsen kaal kalen voorin blunder blunderen noodzakelijk saucijs saucijzen benaming oprecht waaien stok stokken schijnen schijn duiken duik lijken lijk primeur tonen ton disconto werken werk Werk hersendood dwingen vordering la wekken losmaken dorsen stapelbed klepperen evenals bouwen bouw houtduif vlasoogst thuishaven benzine klankbord sage mal MAL mol mollen goed correct rond ronde afspreken drijven overigens ruzieachtig zeven zeef opvissen nieuw voorbereiden nieuws of smoelwerk vaststellen vastgesteld vlak vlakken deelnemer bespreken besproken betrokken betrekken flagrant mededeling staan staat verpakking zorgvuldig ongemakkelijk olijfolie herkennen bezorger montuur eventueel levensgenieter slaan sla SLA omroeper aanbod gastvrij bijzonder automatiseren digitaliseren vaardigheid vaardigheden aangezien aanzien klinkerweg aanspreken elegant mens mooi persoon munt munten kroon kronen broodbeleg zelfs verstopping doorgeefluik hand ruis ruisen erachter verfijnen verfijnd kikkererwt moed handig bloemkool knuffel knuffelen autogarage bijkeuken decor afleggen interpunctie bewerken Bewerken sterkte sterken broer aansterken allure ondersteunen uitvinden manier oplossing eenmaal belastingdienst Belastingdienst opmaken opmaak gevolg mits zoet zoeten zout zouten pantoffelheld veel velen aanbranden aangebrand loops loopsheid doormaken condoleren onderhandelen uitsparing spleet opleiding studie spatie