Dutch

Detailed Translations for donkeren from Dutch to Spanish

donker:

donker [de ~ (m)] noun

  1. de donker (duisternis; duister)
    la oscuridad; la penumbra

Translation Matrix for donker:

NounRelated TranslationsOther Translations
malicioso gladjanus; gluiperd
oscuridad donker; duister; duisternis duister; duisterheid; onbekendheid; onduidelijkheid; radeloosheid; somberheid; treurnis; triestheid; vertwijfeling; wanhoop
penumbra donker; duister; duisternis deemstering; halfdonker; schemer; schemerdonker; schemeren; schemering; schemerlicht
siniestro catastrofe; ramp; schadegeval
ModifierRelated TranslationsOther Translations
lúgubre donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; afschuwelijk; afstotend voor zintuigen; akelig; angstaanjagend; beangstigend; eng; griezelig; huiveringwekkend; ijselijk; ijzingwekkend; lelijk; luguber; macaber; sinister; spookachtig; weerzinwekkend; ziek
malicioso donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht boosaardig; gemeen; giftig; hatelijk; kwaadaardig; malicieus; min; satanisch; slecht; stekelig; vals; venijnig; verraderlijk; vijandig
oscuro donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; onverlicht; verdacht beangstigend; duister; eng; grauwkleurig; grijs; louche; melancholische; naargeestig; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; somber; triest; troosteloos; verdacht; wollig; zwaarmoedig
siniestro donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht akelig; angstaanjagend; beangstigend; dreigend; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; louche; luguber; onappetijtelijk; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; verdacht; walgelijk; wollig
sombrío donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht aan een ziekte lijdend; akelig; bedrukt; beroerd; dreigend; duister; ellendig; eng; gedrukt; grauw; grauwkleurig; griezelig; grijs; helaas; huiveringwekkend; jammer; jammer genoeg; louche; luguber; melancholische; mismoedig; mistroostig; moedeloos; naar; naargeestig; neerslachtig; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; pessimistisch; sinister; sneu; somber; spijtig; teneergeslagen; terneergeslagen; triest; troosteloos; verdacht; verdrietig; vreugdeloos; wollig; ziek; zwartgallig
sospechoso donker; dubieus; duister; glibberig; obscuur; onguur; verdacht akelig; bedenkelijk; betwist; dreigend; dubieus; duister; eng; griezelig; huiveringwekkend; kwestieus; leugenachtig; louche; luguber; malafide; omstreden; onappetijtelijk; onbetrouwbaar; onduidelijk; onguur; onheilspellend; onsmakelijk; sinister; twijfelachtig; variërend; verdacht; walgelijk; wisselend; wisselvallig; wollig

Related Words for "donker":

  • donkerheid, donkeren, donkers, donkerst, donkerste

Antonyms for "donker":


Related Definitions for "donker":

  1. als zon en lampen niets uitstralen als je weinig kunt zien1
    • ben je thuis voor het donker wordt?1
  2. dichter bij zwart dan bij wit1
    • deze kleur blauw is veel donkerder dan die andere1
  3. laag en zwaar1
    • ze heeft een warme, donkere stem1

Wiktionary Translations for donker:

donker
noun
  1. toestand dat er geen licht is, duisternis
adjective
  1. zonder licht

Cross Translation:
FromToVia
donker oscuro black — without light
donker oscuro dark — having an absolute or relative lack of light
donker oscuro dark — not bright or light, deeper in hue
donker oscuridad dark — a complete or partial absence of light
donker lóbrego gloomy — imperfectly illuminated
donker negro; negra noir — Couleur
donker oscuro obscur — Où il y a peu, où il n’y a pas de lumière.
donker oscuridad; obscuridad; tinieblas obscuritéabsence partielle ou totale de lumière.
donker adusto; encapotado; cubierto; oscuro; sombrío; triste; mohino sombre — Qui est peu éclairer ; qui recevoir peu de lumière ; qui est obscur.