Dutch

Detailed Translations for tegenwoordigheid from Dutch to German

tegenwoordigheid:

tegenwoordigheid [de ~ (v)] noun

  1. de tegenwoordigheid (bijzijn; aanwezigheid)
    die Anwesenheit; Beisein; die Gegenwart

Translation Matrix for tegenwoordigheid:

NounRelated TranslationsOther Translations
Anwesenheit aanwezigheid; bijzijn; tegenwoordigheid aanwezigheid; presentie
Beisein aanwezigheid; bijzijn; tegenwoordigheid aanwezigheid; presentie
Gegenwart aanwezigheid; bijzijn; tegenwoordigheid heden; vandaag

Related Words for "tegenwoordigheid":


Wiktionary Translations for tegenwoordigheid:

tegenwoordigheid
noun
  1. aanwezigheid

Cross Translation:
FromToVia
tegenwoordigheid Anwesenheit presence — fact or condition of being present
tegenwoordigheid Anwesenheit; Anwesentheit; Gegenwart; Präsenz présenceexistence d’une personne dans un lieu donner.

tegenwoordig:


Translation Matrix for tegenwoordig:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
aktuell hedendaags; hedentendage; huidig; in deze tijd; momenteel; tegenwoordig; van nu; van vandaag actueel; actuele; bijdetijds; contemporain; eigentijds; hedendaags; in deze dagen; modern; vandaag de dag; werkelijk
- huidig
AdverbRelated TranslationsOther Translations
- nu; thans
ModifierRelated TranslationsOther Translations
anwesend aanwezig; present!; tegenwoordig
auf der Stelle momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig bijna; dadelijk; direct; frontaal; gauw; gezwind; haast; klassikaal; nagenoeg; ogenblikkelijk; onverwijld; schier; welhaast; zo meteen
augenblicklich hedendaags; huidig; momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van nu; van vandaag dadelijk; direct; gelijk; meteen; momenteel; ogenblikkelijk; onmiddellijk; onverwijld; op dit ogenblik; prompt; terstond; vooralsnog; vooreerst; voorlopig; voorshands; zo meteen
derzeitig hedendaags; hedentendage; huidig; in deze tijd; tegenwoordig; van nu; van vandaag eigentijds; hedendaags; in deze dagen; modern; toenmalig; van toen; vandaag de dag
gegenwärtig hedendaags; hedentendage; huidig; in deze tijd; tegenwoordig; van nu; van vandaag actueel; bijdetijds; eigentijds; hedendaags; in deze dagen; modern; vandaag de dag
heutig hedentendage; huidig; in deze tijd; momenteel; tegenwoordig; van vandaag actueel; bijdetijds; contemporain; eigentijds; hedendaags; hedendaagse; in deze dagen; modern; vandaag de dag
im Augenblick hedendaags; huidig; momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van nu; van vandaag van het ogenblik; voor het moment
im Moment hedendaags; huidig; momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van nu; van vandaag van het ogenblik; voor het moment
in diesem Moment momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig momenteel; nu; op dat moment; op het moment; thans; van het moment
jetzt hedendaags; huidig; momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van nu; van vandaag momenteel; nu; op dat moment; op het moment; thans
momentan hedendaags; huidig; momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig; van nu; van vandaag vooralsnog; vooreerst; voorlopig; voorshands
zugegen aanwezig; present!; tegenwoordig eigentijds; hedendaags; modern
zur Zeit momenteel; nou; nu; op dit moment; tegenwoordig op het moment; vandaag de dag

Related Words for "tegenwoordig":


Synonyms for "tegenwoordig":


Antonyms for "tegenwoordig":


Related Definitions for "tegenwoordig":

  1. van nu, van deze tijd1
    • de tegenwoordige burgemeester is een vrouw1
  2. in deze tijd1
    • tegenwoordig heb je veel vrouwelijke burgemeesters1
  3. erbij aanwezig1
    • de hele familie was tegenwoordig1

Wiktionary Translations for tegenwoordig:

tegenwoordig
adjective
  1. huidig
  2. aanwezig

Cross Translation:
FromToVia
tegenwoordig heutzutage nowadays — in the current era
tegenwoordig gegenwärtig; jetzig present — pertaining to the current time
tegenwoordig heutzutage today — nowadays
tegenwoordig aktuell; gegenwärtig; vorliegend; jetzig; zeitgemäß; zeitnah; derzeitig actuel — Qui se traduit par des actes.
tegenwoordig anwesend présent — Là où l’on est